16 januari is de
dubbele verjaardag van de ‘drooglegging’ in de VS: in 1919 werd
het aangenomen om precies een jaar later in voege te treden. Het gaat
over een totaal alcoholverbod: aanmaak,verhandelen en consumptie, het
werd allemaal verboden. En het maakte de maffia groot; zoals de
huidige ‘war on drugs’ in de verste verte niet de
volksgezondheid, maar de misdaad ten goede komt.

De Amerikaanse
drooglegging die duurde tot 1933, was niet de eerste en zeker niet de
enige in zijn soort. In China had je al zo’n verbod tijdens
bepaalde periodes binnende Xia-dynastie (ongeveer 2700 tot 1600 voor
Christus). Het gaf wellicht een boost aan de Chinese thee-cultuur.
Koken -net zoals alcoholiseren- is een manier om je ervan te
verzekeren dat het water dat je binnenkrijgt, je niet ziek maakt met
allerlei bacteriën en onzuiverheden.

En tussen 1910-1930
ongeveer, waren er minder of meer strenge vormen van
‘droogleggingen’ in Canada, de Faroer, Ijsland, Noorwegen,
Finland,…

In België hadden we
vanaf 1919 de ‘Wet Vandervelde’. Deze wet werd door de
roomsblauwe regering Martens-Verhofstadt in 1983 afgeschaft, uit
economische -als liberaal-vrijheidslievende maatregel vermomde-
overwegingen°.

Onze wet werd dus
ingevoerd door Emile Vandervelde, de Socialistische (BWP) Minister
van Justitie in de regering van de katholieke premier De Broqueville.
Ze bepaalde dat café’s geen sterke drank meer mochten verkopen en
elders was de verkoopshoeveelheid MINSTENS twee liter per keer. Armen
zouden nooit genoeg geld hebben om dat soort hoeveelheden te kunnen
kopen. Wellicht heeft deze maatregel de Belgische biercultuur
(onlangs uitgeroepen tot Unesco-werelderfgoed) in de hand gewerkt.

Maar het is even
waarschijnlijk dat het idee was om de tegenstanders van een
loonsverhoging voor de arbeiders, de argumenten uit de handen te
slaan. ‘Loonsverhoging zou toch alleen maar gebruikt worden voor
nog meer drankmisbruik’, zo hadden de werkgevers bedacht: ‘en de
arbeiders waren sowieso al half zat tijdens hun werkuren; zeker op
maandagmorgen…’

Als sterke drank
(quasi-) verboden was, dan zouden de arme -veelal mannelijke-
arbeiders alleszins niet meer kunnen zeggen dat het van de dorst was
dat ze te veel hadden gedronken; de hoeveelheid vocht dat ze
binnenkregen met een pint of twee zou hebben volstaan. En waren ze
toch oetjepoepeloere-zat geworden dan zou de hoeveelheid vocht dat
daartoe nodig was geweest er langs strot en anderzijds wel weer
uitkomen zijn, op zulk een wijze dat hun vrouw hen wel zou
berispen….Weg argument dat een loonsverhoging aan den drank
verloren zou zijn geweest.

Historisch onderzoek
wijst echter uit dat, ondanks de hardnekkige overtuigingen, er ook in
die tijd eigenlijk maar een heel klein deel van het huishoudgeld
besteed werd aan ‘drinkgeld’. Onderzoek van de
huishoud-boekhoudingsschriftjes die de vrouwen bijhielden, toont dat
aan.

Maar een beperking
van de beschikbaarheid van alcohol had de arbeiderszaak gediend. Er
kwam loonsverhoging.

In de Scandinavische
landen speelde wat anders: een verbod (of beperking) op vereniging en
dus op de vorming van de arbeidersorganisatie. Verenigen mocht men
zich alleen op godsdienstige gronden of ‘ter verheffing’ van de
‘onverhoffenen’… En anti alcohol-organisaties, een dergelijk
schoon doel be-ogend, bleken dus te kunnen en werden algauw
crypto-vakbondsorganisties… Ter illustratie zijnde, overigens: ook
bij ons kregen arbeiders-kaartclubs, -fanfares, -wielertoeristenclubs
en even-gelijke zuipexcuus-verenigingen namen die verwezen naar
‘verheffing’, ‘vooruit’ en andere ‘eer en glorieën van het
brave leven dat daarzonder den arbeider zou zijn onthouden’…
Deze geschiedenis verklaart m.i. veel m.b.t. de compleet hypocriete
ingesteldheid die die je bij linkse organisaties in Scandinavië
(Finland uitgezonderd) kunt ervaren als het over een pintje tijdens
de vergadering gaat: taboe; maar zat worden ze nog sneller dan hun
schaduw, achteraf…

Moraal van het
verhaal? De kapitalist, die disciplineert de arbeider in functie van
de disciplinering, de volksgezondheid en de verheffing -ondanks de
evidentie dat het volksgezondheid noch verheffing dient; maar wel
ondanks-ondanks (t.t.z.: hij gelooft zelf van wel). En de arbeider,
die drinkt er desondanks nog een, al was het maar om zich aan de toog
te kunnen beklagen over het feit dat hij uiteindelijk de
disciplinering niet dialectisch genegeerd krijgt maar de maffia de
boel wel heeft overgenomen….

Noot.

° Konden ze nu
stellen dat het toegelaten is, maar er een vergunning nodig is om
sterke drank te verkopen op café, die… de staatskas spijst.