Blog Image

Plattegrond van de werkelijkheid

Over

Filosofie, opinie, kunst, wetenschappen, literatuur, politiek, ideologie.

Martin Luther King

Filosofische Praktijk Posted on Mon, January 16, 2017 16:17:00

Op de derde maandag van januari is het in de VS Martin Luther King-dag. Dat is dit jaar dus op 16 januari, een dag na z’n geboortedag (15 januari 1929; hij werd op 4 april 1968 vermoord.) Hij was burgerrechten-activist. In 1964 kreeg hij de Nobelprijs voor de Vrede.

Hij wordt voorgesteld als gematigd. Dat is ten onrechte. Hij was behoorlijk radicaal (wat iets helemaal anders is dan extremist) en antikapitalist. Naarmate hij ouder werd, verharde hij zijn standpunten.

Enkele citaten omdat te staven:

“The evils of capitalism are as real as the evils of militarism and evils of racism.”

— Southern Christian Leadership Conference speech, 1967

9.
“First, I must confess that over the past few years I have been gravely
disappointed with the white moderate. I have almost reached the
regrettable conclusion that the Negro’s great stumbling block in his
stride toward freedom is not the White Citizen’s Counciler or the Ku
Klux Klanner, but the white moderate, who is more devoted to “order”
than to justice; who prefers a negative peace which is the absence of
tension to a positive peace which is the presence of justice; who
constantly says: “I agree with you in the goal you seek, but I cannot
agree with your methods of direct action”; who paternalistically
believes he can set the timetable for another man’s freedom; who lives
by a mythical concept of time and who constantly advises the Negro to
wait for a “more convenient season.” Shallow understanding from people
of good will is more frustrating than absolute misunderstanding from
people of ill will. Lukewarm acceptance is much more bewildering than
outright rejection.”

Letter From a Birmingham Jail, 1963



De drooglegging en het links gedachtegoed.

Filosofische Praktijk Posted on Mon, January 16, 2017 13:16:57

16 januari is de
dubbele verjaardag van de ‘drooglegging’ in de VS: in 1919 werd
het aangenomen om precies een jaar later in voege te treden. Het gaat
over een totaal alcoholverbod: aanmaak,verhandelen en consumptie, het
werd allemaal verboden. En het maakte de maffia groot; zoals de
huidige ‘war on drugs’ in de verste verte niet de
volksgezondheid, maar de misdaad ten goede komt.

De Amerikaanse
drooglegging die duurde tot 1933, was niet de eerste en zeker niet de
enige in zijn soort. In China had je al zo’n verbod tijdens
bepaalde periodes binnende Xia-dynastie (ongeveer 2700 tot 1600 voor
Christus). Het gaf wellicht een boost aan de Chinese thee-cultuur.
Koken -net zoals alcoholiseren- is een manier om je ervan te
verzekeren dat het water dat je binnenkrijgt, je niet ziek maakt met
allerlei bacteriën en onzuiverheden.

En tussen 1910-1930
ongeveer, waren er minder of meer strenge vormen van
‘droogleggingen’ in Canada, de Faroer, Ijsland, Noorwegen,
Finland,…

In België hadden we
vanaf 1919 de ‘Wet Vandervelde’. Deze wet werd door de
roomsblauwe regering Martens-Verhofstadt in 1983 afgeschaft, uit
economische -als liberaal-vrijheidslievende maatregel vermomde-
overwegingen°.

Onze wet werd dus
ingevoerd door Emile Vandervelde, de Socialistische (BWP) Minister
van Justitie in de regering van de katholieke premier De Broqueville.
Ze bepaalde dat café’s geen sterke drank meer mochten verkopen en
elders was de verkoopshoeveelheid MINSTENS twee liter per keer. Armen
zouden nooit genoeg geld hebben om dat soort hoeveelheden te kunnen
kopen. Wellicht heeft deze maatregel de Belgische biercultuur
(onlangs uitgeroepen tot Unesco-werelderfgoed) in de hand gewerkt.

Maar het is even
waarschijnlijk dat het idee was om de tegenstanders van een
loonsverhoging voor de arbeiders, de argumenten uit de handen te
slaan. ‘Loonsverhoging zou toch alleen maar gebruikt worden voor
nog meer drankmisbruik’, zo hadden de werkgevers bedacht: ‘en de
arbeiders waren sowieso al half zat tijdens hun werkuren; zeker op
maandagmorgen…’

Als sterke drank
(quasi-) verboden was, dan zouden de arme -veelal mannelijke-
arbeiders alleszins niet meer kunnen zeggen dat het van de dorst was
dat ze te veel hadden gedronken; de hoeveelheid vocht dat ze
binnenkregen met een pint of twee zou hebben volstaan. En waren ze
toch oetjepoepeloere-zat geworden dan zou de hoeveelheid vocht dat
daartoe nodig was geweest er langs strot en anderzijds wel weer
uitkomen zijn, op zulk een wijze dat hun vrouw hen wel zou
berispen….Weg argument dat een loonsverhoging aan den drank
verloren zou zijn geweest.

Historisch onderzoek
wijst echter uit dat, ondanks de hardnekkige overtuigingen, er ook in
die tijd eigenlijk maar een heel klein deel van het huishoudgeld
besteed werd aan ‘drinkgeld’. Onderzoek van de
huishoud-boekhoudingsschriftjes die de vrouwen bijhielden, toont dat
aan.

Maar een beperking
van de beschikbaarheid van alcohol had de arbeiderszaak gediend. Er
kwam loonsverhoging.

In de Scandinavische
landen speelde wat anders: een verbod (of beperking) op vereniging en
dus op de vorming van de arbeidersorganisatie. Verenigen mocht men
zich alleen op godsdienstige gronden of ‘ter verheffing’ van de
‘onverhoffenen’… En anti alcohol-organisaties, een dergelijk
schoon doel be-ogend, bleken dus te kunnen en werden algauw
crypto-vakbondsorganisties… Ter illustratie zijnde, overigens: ook
bij ons kregen arbeiders-kaartclubs, -fanfares, -wielertoeristenclubs
en even-gelijke zuipexcuus-verenigingen namen die verwezen naar
‘verheffing’, ‘vooruit’ en andere ‘eer en glorieën van het
brave leven dat daarzonder den arbeider zou zijn onthouden’…
Deze geschiedenis verklaart m.i. veel m.b.t. de compleet hypocriete
ingesteldheid die die je bij linkse organisaties in Scandinavië
(Finland uitgezonderd) kunt ervaren als het over een pintje tijdens
de vergadering gaat: taboe; maar zat worden ze nog sneller dan hun
schaduw, achteraf…

Moraal van het
verhaal? De kapitalist, die disciplineert de arbeider in functie van
de disciplinering, de volksgezondheid en de verheffing -ondanks de
evidentie dat het volksgezondheid noch verheffing dient; maar wel
ondanks-ondanks (t.t.z.: hij gelooft zelf van wel). En de arbeider,
die drinkt er desondanks nog een, al was het maar om zich aan de toog
te kunnen beklagen over het feit dat hij uiteindelijk de
disciplinering niet dialectisch genegeerd krijgt maar de maffia de
boel wel heeft overgenomen….

Noot.

° Konden ze nu
stellen dat het toegelaten is, maar er een vergunning nodig is om
sterke drank te verkopen op café, die… de staatskas spijst.



Over muzikale oorwormen, revoluties en de noodzaak om je leven te veranderen.

Filosofische Praktijk Posted on Mon, November 07, 2016 17:28:38

Hoe werken oorwormen
(die liedjes, melodietjes die je maar niet uit je hoofd krijgt)? Een
beetje als de de artikels daarover, bedenk ik nu. Een paar weken
geleden las ik er een artikeltje over in een buitenlandse
webpublicatie en sindsdien kom ik het overal tegen: in de Vlaamse
papieren kranten en langs alle kanten van de sociale media.

Ikzelf schreef
ergens midden de jaren ‘90 een artikeltje in Graffiti Magazine dat
daar eigenlijk ook over ging. Ik herinner me dat ik in het
tijdschrift BBC Music (denk ik) iets gelezen had over een
neurologisch onderzoek naar de receptie van muziek.

Het kwam erop neer
dat men extra hersenactiviteit, gepaard gaande met een soort
‘jadadde/jawadde-gevoel’ kon waarnemen telkens de muziek net dat
ietsje afweek van de te verwachten
melodie/instrumentarium/orkestratie/…-structuur.

De artikels die nu
de ronde doen, vertellen hetzelfde: een oorworm bevat iets afwijkend
waardoor je het melodietje maar blijft herhalen in je hoofd; ergens
in de hoop het ‘gesnapt’ te krijgen.

In het Graffiti
Magazine-artikel had ik het over een aantal zaken die het
neurologisch onderzoek helpt verklaren.

Om ‘afwijkingen’
te kunnen herkennen, moet men een verwachtingspatroon hebben. Men
moet weten wat er in de lijn van de verwachtingen ligt om op te
merken dat hetgeen men hoort, afwijkt. Dat veronderstelt dat men
bekend moet zijn met het soort muziek, het genre en verklaart zo dat
je de muziek pas snapt als je er naar hebt leren luisteren. Hoe beter
je de muziek kent, hoe subtieler de afwijkingen mogen zijn om ze op
te merken en de subtiliteit die een componist zich kan veroorloven
hangt dan weer samen met de complexiteit van de muziek.

Dit laatste
verklaart op zijn beurt dat ‘simpele’ muziek misschien wel tot
snel/breedgedragen begrip leidt, maar niet ver draagt. Bij eenvoudige
structuren kunnen de subtiliteiten weinig subtiel zijn want dat
veronderstelt complexiteit. Als er weinig diep-gang is, is er weinig
in-zicht. Oppervlakkigheid levert alleen een zicht op -dat kan best
bekoorlijk zijn- , geen in-zicht of uitdaging.

Er speelt verder nog
iets anders. De bevindingen duiden ook op een verband tussen traditie
en vernieuwing. Iets dat al te zeer afwijkt van het
verwachtingspatroon, wordt niet meer herkend als afwijking, maar als
een regelrechte storing. Om het toch geïntegreerd te kunnen krijgen
moet het gehele referentiekader veranderd of vervangen worden; jouw
perspectief t.o.v. wat er gebeurt moet veranderen.

Dat is hetgeen er
gebeurt in een revolutie en je kan er verschillend op reageren. Je
schuift het terzijde, je keert je ervan af. Je ontkent dat er wat
gaande is, of je ontkent dat wat er gaande is, iets (de moeite waard)
is.

Of: je gaat erin
meer, je gaat de uitdaging aan; je verandert je perspectief
(drastisch) en je bouwt een nieuw referentiekader op°.

In dit laatste geval
wordt je (met nadruk op worden) het subject van de revolutie en help
je de revolutie vorm geven/realiseren. Ergo: het gebeuren van de
revolutie moet gerealiseerd worden.

Er is die keuze, die
afhangt van je ingesteldheid, durf, lef, moed… maar ook van de
noodzaak. In welke mate met name is de zich aandienende ‘afwijking’
pertinent genoeg; in welke mate is de revolutie onafwendbaar? In
welke mate is het oude referentiekader houdbaar?

Op een bepaald
moment loopt het muzikale straatje dood; het maatschappelijke
straatje; het persoonlijke straatje…

Ook op persoonlijk
vlak noopt een afwijking groot genoeg, een storing, een botsing met
de realiteit, het besef in een doodlopend straatje te zitten, in een
vicieuze cirkel te draaien, …, tot een radicale verandering van
referentiekader/perspectief. Of ontken je en zing je het nog even
uit?

___________________________

Noot.

° Een
referentiekader dat wel plaats biedt aan hetgeen er gebeurt, het
geïntegreerd heeft. Merk op dat in deze het het kunstwerk is dat
zijn publiek maakt, zoals het de revolutie is die zijn
revolutionairen maakt.



De muziek van Morton Feldman en denkpatronen.

Filosofische Praktijk Posted on Thu, October 20, 2016 12:19:02

-De ratio is niet
rechtlijnig-

Morton Feldman
(1926-1987) was een Amerikaanse componist, een van de grootsten, als
je het mij vraagt, -of toch van de 20e eeuw als je het
veel kenners vraagt. Waarover men (ik incluis) het restloos eens is,
is dat z’n muziek gekenmerkt wordt door de grote intervallen.

Eigenlijk gaf hij
niet (duidelijk) aan hoe lang een noot -of geen noot, een rust- moest
duren. De uitvoerder kan dat zelf bepalen. Dat zelfde paste ook John
Cage toe, bv. In ASlAP (As slow as possible°). Maar het gaat niet
alleen over de inbreng van de uitvoerder, die medecomponist wordt,
het is ook een kwestie van duur.

De duur is het enige
dat de twee belangrijkste dingen van de muziek, geluid en stilte met
name, gemeen hebben. Dat zouden ze -toch volgens Cage’s zeggen,
geleerd hebben van Eric Satie.

Allemaal goed en wel
en m.i. razend interessante ‘food for philosphical thought’, maar
ik wil even ingaan op nog wat anders m.b.t. Feldman, nl. zijn gedoe
met patronen.

Feldmans vader was
tapijtenmaker, of toch eigenaar van een tapijtenfabriek. Misschien
was ie zelfs eigenaar van een consortium van tapijtenfabrieken, want
toen Morton het allemaal erfde kon ie (Morton) de rest van zijn leven
teren op de inkomsten daarvan en dat leven zorgeloos spenderen aan
het maken van muziek.

Maar Morton Feldman
had wat opgestoken van die tapijtenmakerij. Niet qua duur, want dat
speelt -behalve als je garantie moet geven- geen belang in de
tapijtwevers-bussiness, maar qua afmetingen. Afmetingen, verhoudingen
in het bijzonder, als tapijt-equivalenten van de duur in de muziek.

Hij had van dat
geweef, en meer nog van het ge-design van tapijten geleerd dat als je
de afmetingen van je tapijt bijvoorbeeld verdubbelt, het geen mooi
resultaat geeft als je de afmetingen van de dessin dan ook maar
verdubbelt. De verhouding van de afmetingen van de dessin en die van
het geheel is niet evenredig.

De ratio is niet
rechtlijnig. Voorwaar iets om over na te denken als je van plan bent
om bijvoorbeeld je financiële middelen te verdubbelen, je als mens
te vermenigvuldigen of je inzet te vergroten… om maar iets te
noemen.

Er zijn filosofen,
om Marx niet te noemen, die nadachten over het kwalitatieve verschil
dat een kwantitatieve verandering op een gegeven moment maakt. Het
moment van de revolutie, zou hij dan gedacht hebben; ‘een event’
denkt Alain Badiou wellicht: ‘het moment van de waarheid’… °°

Morton Feldman: Why
Patterns https://www.youtube.com/watch?v=BVj0TNFX3u8

° John Cage
(1912-1992). Zijn muziekstuk ‘As slow as possible’ verandert dus
iedere keer het uitgevoerd wordt. Sinds 2001 is men bezig met een
uitvoering die 639 jaar moet duren. Het wordt uitgevoerd in de
Burchardikerk in Habberstadt (Duitsland), n.a.v. de restauratie van
die kerk die in 2001, 639 jaar na de bouw, klaar was. De uitvoering
is te volgen op youtube. Een fragment:
https://www.youtube.com/watch?v=5VOCBRhhVr4

°° Alain Badiou,
filosoof, maar ook literair auteur werd geboren in 1937. De waarheid
-iets waar hij in/na postmoderne dagen onomwonden voor gaat!-,
ontstaan in een ‘event’, is zelf geen ‘moment’ (het event
wel), maar een proces waar men zich aan moet wijden, waarvan men het
subject wordt en dat daardoor gerealiseerd wordt/moet worden.



Denk zeker, denk zelf.

Filosofische Praktijk Posted on Mon, May 30, 2016 21:48:13

Onzekerheid is
wellicht een van de ergste dingen die een mens kan overkomen.
Sommigen lijden eronder, zwaar en chronisch; het verlamt hen zelfs.
Maar iedereen gaat eronder gebukt, in zekere mate en/of van tijd tot
tijd. En dan zijn er diegenen die -wellicht hun eigen onzekerheid
voor zichzelf en/of anderen te verbergen- onzekerheid uitspelen als
machtsmiddel. En enkelen doen dat dan nog zelfs in naam van opvoeden;
misdadig.

Filosofie heeft een
slechte reputatie als het op (on-)zekerheid aankomt. Twijfel zaaien,
methodische twijfel, zekerheden onderuit helpen, alles in vraag
stellen. Het maakt mensen bang.

Toch denk ik dat het
de filosofie is die soelaas kan brengen, troost zelfs, sterkte en
zelfvertrouwen; en wel omdat valse zekerheid nog erger te vrezen is
dan onzekerheid.

In de filosofie
wordt de waarde van de ideeën afgewogen, van elk idee op zich en van
het ene idee t.o.v. het andere. Erger nog dan sceptisch te staan
tegenover waarheid, het bestaan van dé Waarheid te betwijfelen, is
van de weeromstuit dan maar alles over dezelfde kam scheren: ieder
diertje z’n, pleziertje, elke mening evenwaardig. Het komt neer op
helemaal geen idee te hebben en zich over te geven aan willekeur en
beuzelarij.

Het mag dan wel wat
lastig zijn, maar elk argument gewikt en gewogen, op z’n merites
beoordeeld blijft wel staan en geeft vertrouwen in de conclusies die
er uit volgen. Wie dat kan en doet, dat wikken en wegen en zorgvuldig
beoordelen, kan zelfstandig denken en zich onafhankelijk opstellen
van al diegenen die het zogenaamd beter weten en anderen van hun stuk
proberen te brengen. Wie in staat is (filosofisch) te twijfelen,
blijft recht staan in z’n schoenen.



Netelige kwestie: Normaliteit. Lezing/discussie 16 april 2016

Filosofische Praktijk Posted on Tue, March 29, 2016 20:43:34



Aanbod. Netelige kwesties.

Filosofische Praktijk Posted on Sun, January 24, 2016 23:45:33

Meningen zijn legio
maar lang niet allemaal zinnig. Filosofie kan inzicht
verschaffen, overzicht bieden, doorzicht leveren. ‘Netelige Kwesties’
probeert zaken uit te klaren voor dagelijks gebruik.

Na een inleiding is
het de bedoeling om in groep te discussiëren en zelf conclusies te
trekken.

Filosofie in de
praktijk voor mensen die vooral zelf durven denken. Voorkennis
is daarbij niet nodig.

1.
Normen en normaliteit.

Wat is de norm nog
als iedereen die overtreedt? Als elk kind wel ergens een leer- of
gedragsstoornis heeft, wat is dan nog normaal? Wat is normaal als het
gemiddelde sterk afwijkt van de norm? En hoe zit het met de mediaan?
Wie of wat legitimeert de norm? En wat is het Lake Wobegon-effect?

2.
Vrije wil en verantwoordelijkheid.

We worden langs alle
kanten gemanipuleerd, beïnvloed, genugged, gestuurd, gebrainwashed,
opgevoed,… en de neurowetenschappen betwijfelen het feit dat we
bewust kunnen kiezen. Hebben we wel een vrije wil; hebben we die wel
nodig? Wat zijn de consequenties voor de verantwoordelijkheid voor
onze daden?

3.
Waarheid is relatief.

Of moet dat zelf ook
weer gerelativeerd worden? Wat is waarheid, wat is waarachtigheid en
hoe relatief is dat allemaal? Hoe moeten we eigenlijk de relativiteit
opvatten? Wat is topische waarheid?

4.
Maakbaarheid.

Een paradox: het
zijn vaak de mensen (denkstromingen) die de maakbaarheid van mens en
maatschappij betwijfelen, die pleiten voor strenge straffen en dito
opvoeding. En hoe zit het met het determinisme -hard of zacht? Brengt
deze discussie ook niet, het al dan niet bestaan van de vrije wil ten
berde?

________________________________

Dit aanbod geldt
voor organisaties, scholen, … maar ook voor losse groepen; mensen
die u zelf uitnodigt in het zaaltje in uw buurt, uw eigen woonkamer
of in de praktijk in Maldegem.

Of schrijf u in
voor een sessie in Maldegem die u vindt via
www.facebook.com/filosofischkabinet

Info, boekingen en
suggesties:
jaak.perquy@jaakperquy.be
,
Tel.: +32 477 265 620
www.jaakperquy.be



Lezing aanbod: De Filosofie van het alsof.

Filosofische Praktijk Posted on Sun, January 24, 2016 23:15:02

We hebben het allemaal voor de
waarheid, al dan niet met een hoofdletter geschreven, desnoods
eindeloos gerelativeerd. Maar we gebruiken allemaal fictie om de
wereld te vatten.

We denken een wereld en
veronderstellen vervolgens dat die wereld zich naar onze gedachten
plooit; niet dus. We gebruiken concepten, maar dat zijn geen dingen.
Golven, zwaartekracht, het klimaat, zelfs de wereld bestaan niet. We
bouwen een rechtstaat uit op basis van de veronderstelling dat de
vrije mens bestaat. In de wiskunde doen we alsof het punt, de lijn
e.d. dingen zijn. Ten onrechte. Het goede, het slechte, het kwaad:
allemaal fictie.

Maar is alles daarom een
illusie?

Hans Vaihinger, Duits filosoof
(1852-1933) schreef er in 1911 een boek over (door John van der
Stokker vertaald als ‘De filosofie van het alsof’ Uitgeverij Ijzer).
Hijzelf noemt zijn benaderingswijze positivistisch idealisme of
idealistisch positivisme (als beide delen van de term maar
gelijkwaardig geacht worden).

Fictie is nodig en
onontkoombaar; sommige ficties zijn juist heel nuttig, maar daarom
moeten we ze nog niet geloven.

Het boek van Vaihinger is
bijzonder inspirerend. Maar hoe matchen we dat met bijvoorbeeld de
ideeën van Maarten Boudry die hij uiteenzet in ‘Illusies voor
gevorderden. Of waarom de waarheid altijd beter is’ (2015, uitgeverij
Polis)? Hoe verhoudt het zich tot het waarheidsidee van Alain Badiou,
of het boek ‘Waarom de wereld niet bestaat’ van Markus Gabriel (2013;
Nederlandse vertaling door Huub Stegeman, uitgeverij Boom, 2014).


U
mag dan wel overtuigd zijn, daarom moet u het nog niet geloven.

Deze lezing is voor
geïnteresseerde mensen die durven te denken.

Maar voorkennis is geenszins
nodig.


Boekingen en info:
jaak.perquy@jaakperquy.be

Tel.: +32 477 265 620
www.jaakperquy.be

www.facebook.com/filosofischkabinet



Next »